|
Projecten van Samenlevingsopbouw Antwerpen provincie,
|
|
|
juli 2011
Op 10 mei organiseerden de energieprojecten van Samenlevingsopbouw in het Antwerps provinciehuis een studiedag met als titel “Energiearmoede stijgt! Wie keert het tij?” Tijdens de studiedag presenteerden we actuele energiedossiers waarvoor we politieke aandacht vragen. En gingen we de discussie aan met experten, beleidsmensen, vertegenwoordigers van de energiesector en middenveldorganisaties. Bij deze willen we alle aanwezigen bedanken voor hun constructieve en kritische bijdrage!
Naar aanleiding van deze studiedag kropen Bernard Hubeau (Universiteit Antwerpen), Geert Marrin, Mieke Clymans en Ellen Dries (sector Samenlevingsopbouw) in hun pen. Want vele goedbedoelde overheidsmaatregelen ten spijt neemt energiearmoede in Vlaanderen enkel toe. De hoogste tijd daarom om het recht op energie te verankeren in onze grondwet! Veroordeeld zijn tot kaarslicht, maar dan niet voor de gezelligheid. De warme maaltijden voor enkele weken achterwege laten, maar dan niet omdat brood je beter smaakt. Je ’s ochtends wassen met flessenwater van Aldi, en echt niet omdat je kraantjeswater maar niets vindt. Een mens houdt het anno 2011 niet voor mogelijk. Toch vormt voor vele duizenden Vlaamse gezinnen niet Jeroen Meus, maar extreme energiearmoede dagelijkse kost. De energiearmoede in Vlaanderen nam sinds de liberalisering van de energiemarkt in 2003 qua omvang enkel toe. Het is bepaald geen marginaal fenomeen, wel integendeel. Nu al zijn meer dan 100.000 Vlaamse gezinnen aangewezen op (duurder) aardgas en elektriciteit van de distributienetbeheerder omdat ze de energiefactuur van hun commerciële leverancier niet langer konden betalen. Van de 10% armste Vlamingen woont 35% (of ca. 170.000 gezinnen) in een energieverslindende woning die niet voldoet aan zelfs maar de minimale kwaliteitseisen van de Vlaamse Wooncode. De armste lagen van de bevolking torsen met andere woorden de zwaarste energielasten. Ook de waterfactuur neemt fors toe: het aantal Vlaamse gezinnen dat omwille van betalingsproblemen volledig werd afgesloten van water verdrievoudigde in 2010 tot 2362. Alsof dat allemaal niet volstond, zullen de recent besliste prijsstijgingen van de distributienettarieven (als gevolg van het succes van zonnepanelen) deze gezinnen nog dieper onderdompelen in een moeras van schulden. De diverse overheden in ons land namen – mee onder onze impuls – de afgelopen jaren tal van beleidsinitiatieven om de problemen het hoofd te bieden. Hoe goedbedoeld ook, vanuit de projectpraktijk van de sector Samenlevingsopbouw kunnen we niet anders dan vaststellen dat deze initiatieven ontoereikend zijn. Een paar voorbeelden. Grote groepen van mensen met beperkte financiële middelen komen niet in aanmerking voor de sociale maximumprijzen voor water, gas en elektriciteit. De minimale leveringen van aardgas en elektriciteit zijn niet gegarandeerd. Nieuwe systemen van schuldafbouw in de budgetmeters voor gas en elektriciteit zijn hopeloos ingewikkeld en hebben perverse neveneffecten. Overheidssteun voor investeringen in energiebesparing en/of structurele woonkwaliteit blijkt nauwelijks toegankelijk voor kansengroepen. En private huurders van woningen van ondermaatse kwaliteit worden door de overheden al helemaal aan hun lot overgelaten. Vaak volstaan wetten, reglementen en allerhande steunmaatregelen om een maatschappelijk probleem in meer of mindere mate te bedwingen. Wanneer deze instrumenten – zoals voor de strijd tegen energiearmoede het geval is – geheel geen resultaat opleveren, dringt zich een grondigere ingreep op. Concreet bepleiten we de invoering van een nieuw grondrecht: het recht op energie, te begrijpen als een gegarandeerde en toereikende levering van de nutsvoorzieningen elektriciteit, gas en water. De huidige decretale erkenning is ten eerste maar zeer gedeeltelijk: van het recht op water is bijvoorbeeld nog geen spoor te bekennen. De decretale erkenning is ten tweede zeer minimaal: het gaat niet om een recht op toereikende energie, maar enkel om een minimale levering. En zelfs die minimale levering wordt in de praktijk niet altijd gerealiseerd. Want nog steeds worden in Vlaanderen gezinnen volledig afgesloten van water, gas en elektriciteit (wat uitdrukkelijk strijdig is met een grondrecht op energie). Nog meer gezinnen worden dan weer de facto afgesloten: een gezin dat geen geld heeft om de budgetmeter op te laden, wordt in de praktijk gedwongen om zichzelf af te sluiten. Volstaat een grondwettelijke verankering van het recht op energie om energiearmoede de wereld uit te helpen? Uiteraard niet. Toch kan de kracht van een grondrecht niet onderschat worden. Een grondrecht heeft een belangrijke symbolische en pedagogische waarde, maar tegelijk ook meer dan dat. Zo is een grondrecht belangrijk bij de interpretatie van regels in geschillen. En worden nieuwe regels en maatregelen eraan getoetst. Het (grond)recht op energie maakt tenslotte ook dat maatregelen die een achteruitgang inhouden op het vlak van energiearmoede, niet langer aanvaard zullen worden (stand-still principe). We besluiten graag met de woorden van Albert Camus: “De vrijheid moet er zijn voor iedereen of voor niemand. Dat is de enige formule voor de democratie waarvoor men offers over heeft.” De liberalisering van de energiemarkt heeft op het terrein alleen nog maar voor meer onvrijheid gezorgd voor maatschappelijk kwetsbare gezinnen. Met een grondwettelijke verankering van het recht op energie werpen we dan ook een ultieme dam op tegen energiearmoede. Bernard Hubeau Geert Marrin Mieke Clymans en Ellen Dries
Sinds 1 juli 2003 is de energiemarkt in Vlaanderen vrij: de klant kan zelf zijn leverancier bepalen. Meer concurrentie, zo luidt het devies, moet leiden tot scherpere prijzen en een betere dienstverlening. Maar wat is de realiteit? Een groeiende groep mensen worstelt vandaag met de betaling van zijn energiefactuur. Het lezen en begrijpen van zo’n factuur blijkt helemaal niet eenvoudig. Klantendiensten zijn dikwijls onbereikbaar en ook bij een verhuis of verandering van leverancier dreigt het al eens mis te lopen. Is de procedure voor betalingsachterstal wel sluitend en voldoende om echte problemen op te vangen? Wat is een budgetmeter en hoe werkt die? Wat is de Lokale Adviescommissie (LAC) en hoe moet je reageren als je voor dat comité opgeroepen wordt? En kent u de ombudsdienst, waar u met uw klachten terecht kan? Weet u de weg in de wirwar van groene leningen, premies en subsidies? Wij kunnen u deze handige gids aanbieden aan een actieprijs van €11,60.
Om de explosieve toename van de vraag naar groenestroomsubsidies te financieren, besliste de CREG (de federale regulator van de elektriciteits- en aardgasmarkt in België) gisteren om een forse verhoging van de distributienettarieven door te voeren. Die prijsverhoging treft ook de vele tienduizenden gezinnen die nu al niet meer in staat zijn om hun gas- en elektriciteitsrekening te betalen. Ethisch onaanvaardbaar, vinden we. Samenlevingsopbouw vraagt de CREG dan ook met aandrang om de uitvoering van zijn beslissing op te schorten en werk te maken van een systeem dat gezinnen met de laagste inkomens vrijwaart van deze prijsverhoging. Een gezin met een gemiddeld verbruik zal minimaal 72 euro per jaar meer moeten betalen. Geen onaanzienlijke prijsverhoging dus, zelfs voor gezinnen met een gemiddeld inkomen. Maar voor mensen die nu al kampen met grote betalingsmoeilijkheden, vormt deze prijsverhoging een extra molensteen rond de nek. Nu al zijn er meer dan 100.000 gezinnen in Vlaanderen aangewezen op de distributienetbeheerder omdat ze de energiefacturen van hun commerciële leverancier niet langer konden betalen. Door deze tariefverhogingen zullen zij nog dieper wegzinken in een moeras van schulden en energiearmoede. De vele projecten die de sector Samenlevingsopbouw ontplooit in de strijd tegen energiearmoede dreigen op die manier herleid te worden tot ‘dweilen met de kraan open’. Laat er nochtans geen misverstand over bestaan: ook als sociale organisatie scharen we ons voluit achter de doelstelling om tegen 2050 100% van onze energie te puren uit hernieuwbare bronnen. Dat zal ook in de toekomst subsidies vergen die gezinnen en bedrijven aanmoedigen om te investeren in bijvoorbeeld zonnepanelen. Maar de kostprijs van deze subsidies kan en mag niet langer afgewenteld worden op de zwakste groepen in onze samenleving. Zij bewonen vaak huizen van ondermaatse kwaliteit waardoor ze veel hogere energiefacturen moeten torsen dan doorsnee gezinnen. Ze zijn veel vaker huurder dan eigenaar van deze woningen waardoor ze zelf niet eens impact hebben op de kwaliteit ervan. En of ze nu huurder of eigenaar zijn: zonnepanelen vormen voor hen zonder uitzondering een volstrekt onbereikbare droom. Net die zwakste gezinnen mee laten opdraaien voor de kosten verbonden aan groenestroomsubsidies is vanuit ethisch oogpunt dan ook onaanvaardbaar. Samenlevingsopbouw vraagt dat bijdragen voor groenestroomsubsidies via de energiefactuur niet langer zouden doorgerekend worden aan maatschappelijk kwetsbare gezinnen. Concreet kan dat door een vrijstelling voor wie het statuut van ‘beschermde afnemer’ geniet, waaronder mensen met een leefloon, mensen met een handicap en hulpbehoevende bejaarden. Samenlevingsopbouw vraagt bovendien dat hierbij - op zijn minst - zou teruggegrepen worden naar de categorieën van rechthebbenden zoals die tot 1 juli 2009 gold: tot dan kwamen immers ook personen met een verhoogde tegemoetkoming van het ziekenfonds, personen in collectieve schuldenregeling en personen in budgetbegeleiding bij het OCMW in aanmerking voor een statuut van beschermde afnemer. Ook andere categorieën dienen overwogen te worden. Een dergelijke sociale bijsturing is niet alleen van groot belang voor de tienduizenden betrokken gezinnen die met energiearmoede kampen, ze is ook noodzakelijk om het maatschappelijk draagvlak voor groenestroomsubsidies in stand te houden. Want laat het duidelijk zijn: dat draagvlak komt met beslissingen als deze ernstig op de helling te staan. Geert Marrin Een “garantie” op elektriciteit en gas kan in ons (Vlaamse) land aan niemand verleend worden. De wet staat dit momenteel niet toe. De dienst Activering van een OCMW trekt aan de alarmbel. Meneer P. is gezinshoofd en tewerkgesteld als artikel 60. Met een klein inkomen probeert het gezin het hoofd boven water te houden. Iedere maand betalen ze keurig hun energiefactuur bij Electrabel … maar telkens net iets te laat van zodra het vervangingsinkomen van meneer P. wordt gestort. De leverancier klaagt niet, stuurt geen info of aanmaningen maar houdt deze maandelijkse over-tijd-betaling blijkbaar goed bij. Want zie, bij de verhuis van het gezin P. hebben ze prijs! Zelfs zonder vernieuwing van het leverings- contract eist de leverancier een waarborg van 180 euro, niet omdat de voorschotten NIET werden betaald, maar omdat ze te láát werden betaald. De klant krijgt voor deze waarborg ook geen betaalplan. Meneer P. kan onmogelijk de 180 euro ophoesten. Electrabel stuurt herinneringsbrieven voor de waarborgkost en voegt er steevast herinneringskosten bij. Meneer P. betaalt trouw zijn voorschotfacturen. Meneer P. vraagt zicht terecht af: “Als ik de waarborg betaal, wanneer krijg ik hem dan terug?” “Binnen de twee jaren”, stelt Electrabel telefonisch, “maar we kunnen je ook droppen als je de factuur van de waarborg niet betaalt.” Meneer P. is bang en voor ons rijzen er dikke vraagtekens want de ‘Algemene voorwaarden’ van de leverancier en zijn telefonische mededelingen aan de klant spreken elkaar tegen.
Vorig jaar maakten we Nina Fiers van OCMW Nazareth blij met een elektriciteitsmeter in chocolade. Dit jaar bent u misschien de gelukkige winnaar! Wat moet u doen? Hoe kan je meedoen? Geniet van een deugddoende en welverdiende vakantie! |
||
Samenlevingsopbouw Antwerpen provincie |